dinsdag, augustus 22, 2017

Toespraak gehouden op 6 mei 1988 tijdens het 14e Bronkhorst Colloquium over Beeldvormende technieken.

 

Bij de honderdste geboortedag van longarts Willem Bronkhorst.

Mijnheer de voorzitter, dames en heren. In de hal hebt u een collectie foto's kunnen zien betreffende leven en werk van Bronkhorst, de naamgever van onze nascholingscursussen. Waarom is juist de naam van Bronkhorst met de nascholing van de longartsen verbonden? Waarom deze herdenking bij gelegenheid van zijn honderdste geboortedag op 26 juni 1988? Niet alleen omdat hij de eerste hoogleraar der longziekten in Nederland was. Niet alleen omdat hij de stamvader is van alle in Nederland opgeleide longartsen , hetzij als leermeester, hetzij als leermeester van een opleider, of als leermeester van de opleider van een opleider.Neen, maar wel, en in het bijzonder, omdat hij de klinicus was die kritisch nieuwe mogelijkheden aanwende voor onderzoek van zijn patiënten.Omdat hij de onderzoeker was,die resultaten overwoog en beschouwde. De onvermoeide denker, die afrekende met vele traditionele vooroordelelen en onbegrijpelijke theorieën.De onbevangen                      

en zelfbewuste wetenschapper, die er zijn eigen systeem voor in de plaats stelde. Omdat hij de leermeester was, die vele voortreffelijke (toen nog jonge ) collegae stimuleerde in zijn spoor verderte gaan. Bovendien was hij de grondlegger van een nieuwe consequente behandelingsmethode van tuberculose. Hij schiep daarvoor een werkplaats, zijn sanatorium, dat hij bovendien zelf bestuurde.Alweer een voorbeeld, dat bij de opzet van vele andere sanatoria werd gevolgd. Het werd een vruchtbare symbiose van klinische patiënten-behandeling en het scheppen van de voorwaarden en hulpmiddelen daartoe. Een organisatievorm,welke vooral in een categorale instelling zulke goede resultaten kon afwerpen. Naast de consequente rustkuur besteede Bronkorst grote aandacht aan de nazorg. Patiënten verlieten niet slechts hersteld het sanatorium, zij waren door de gegeven arbeidstherapie tevens, zover mogelijk, weer aangepast aan het verrichten van arbeid en arbeidsgeschikt gemaakt.Bronkhorst werd dus 100 jaar geleden op 26 juni 1888 geboren. De emancipatie van het Roomskatholieke volksdeel was op gang gekomen,nadat de kerkelijke hierarchie in Nederland in 1853 hersteld was. De vanbeweging was in opkomst: in 1872 werd het Algemeen Nederlands Werklieden Verbond opgericht. In het toenmalige Nederlands Oost Indiëvestigde den bevestigde Van Heutz het Nederlands gezag. In dat tijdperk werd Bronkhorst op Ambon geboren, als zoon en tweede kind van een kapitein van het Koninklijke Nederlands Indisch Leger. Uit zijn jongste jaren had hij zelfs nog herinneringen aan zogeheten pacificaties. Reeds op 13-jarige leeftijd kwam hij na 6 lagere scholen te hebben bezocht naar Nederland voor het volgen van middelbaar onderwijs op de Rijks H.B.S. te Utrecht. Hij woonde in die tijd bij een pleeggezin.

Vervolgens studeerde hij medicijnen aan de Universiteit van Utrecht. In die tijd was de pathologische anatomie, onder invloed van Virchow, van overheersend belang. Maar daarnaast waren er terreinen met de ontdekkingen van Pasteur en Koch. De immunologie stond nog in de kinderschoenen. De röntgenstralen werden juist voor medische doeleinden aangewend. Reeds in zijn steudententijd openbaarde zich Bronkhorst's interesse voor wetenschappelijk onderzoek en zijn aanleg voor organisatie. Hij was twee jaar assistent aan het Anatomisch Instituut. Hij was geen saaie droge wetenschapper. Hij zocht sociale contacten en was lid van het Utrechts Studenten Corps. Hij was actief in de studenten organisatie en fungeerde twee jaar als voorzitter van de Katholieke Studenten Vereniging Veritas en was gedurende een jaar voorzitter van de Unie van Katholieke Studenten Verenigingen in Nederland. Ondanks deze extra activiteiten studeerde hij in 7 jaar af en werd op 5 december 1913 arts. Hij werkte een jaar als assistent op de interne afdeling van Boekelman sr. in het St. Antonius  Ziekenhuis. Daarna werd hij huisarts in Warmenhuizen. In die tijd trouwde hij. Na vier en een halfjaar huisartsenpraktijk werd Bronkhorst in 1919 benoemd tot geneesheer-directeur van Sanatorium Berg en Bosch te Apeldoorn, dat door 'Herwonnen Levenskracht' van de Katholieke Arbeiders Beweging was gesticht. Daar heeft hij zijn inzichten over tuberculosebehandeling ontwikkeld. Hij bouwde de diagnostiek uit en stuitte daarbij al spoedig op het röntgenonderzoek. 

Hij deed diepgaand onderzoek naar de factoren die het contrast op de foto bepalen en legde de resultaten vast in zijn proefschrift getiteld: 'De contrastend           

 in het röntgenbeeld'. Mede in verband met het onderwerp van dit colloquium 'Beeldvormende technieken' is het aardig daaraan enige extra aandacht te besteden. Bronkhorst schrijft in de inleiding van zijn dissertatie dat na 25 jaar medische toepassing van röntgenografie geen goede theoretische onderbouwing van de beeldvorming had plaats gehad. Hierdoor bestond grote onenigheid en verwarringen was onderricht en overdracht in deze materie niet mogelijk. In de conclusie van het proefschrift staat: ' Op grond van deze kennis ( de bepaling van de invloed van verschillende factoren op het contrast van de opname) zal het mogelijk zijn in de praktische röntgenografie door doelbewuste regeling van verschillende omstandigheden de voor elke opname meest gewenste contrastkwaliteiten zo dicht mogelijk te benaderen'.

In aansluiting aan dit onderzoek moeten de publikaties over planigrafie genoemd worden.Bronkhorst zag al in 1936 het belang van de toepassing van deze vorm van onderzoek in en publiceerde daarover reeds in 1937. Op het principe van de planigrafie, waaraan de namen van Ziedses des Plantes en Bartelink verbonden zijn,is later eveneens de computertomografie gebaseerd.De planigrafie gaf niet alleen meer en beter inzicht bij de diagnostiek van cavernen, maar ook bij het onderzoek van hilusklierzwellingenen door pleuritis gemaskeere primaire haarden.

Door Bronkhorst werd de seriecassette bij dit onderzoek ingevoerd, wat van grote praktische betekenis was. Over al het wetenschappelijk werk van Bronkhorst en medewerkers zou nog veel en lang te verteleen zijn. Ik noem slechts enkele van zijn publikaties zoals 'Over de klinische betekenis van het sputumonderzoek op tuberkelbacteriën' uit 1934.  Hieruit is later de zogenaamde schaal van Bronkhorst ontstaan. De naam van Kraan is mede aan dit onderzoek verbonden. Een andere publikatie was 'Het röntgenonderzoek van het slijmvliesreliëf van de dikke darm bij colitis ulcerosa tuberculosa' in 1936. Berghauser Pont zou dit onderzoek later uitdiepen in een dissertatie.Na aan het hart lag Bronkhorst de 'Spontane caverne genezing', gepubliceerd in 1947. Het was een onderwerp waarover vele uiteenlopende, vaak wat mystieke, maar allerminst bewezen, theoriën opgang deden. Reeds eerder was in 1940 'Das neuromusculaire System der Lunge' gepubliceerd. Onderwerpen waaraan ook de namen van respectievelijk Z.Nauta en C.Dijkstra verbonden zijn.                                                         

 Er werd een verband gelegd tussen het verdwijnen en soms opnieuw verschijnen, het zogenaamde harmonicafenomeen, van cavernen enerzijds en de 'tonus' van het tuberculeuze ziekteproces en de tonus zouden in een soort wisselwerking staanen elkaar in stand kunnen houden.

Evenwichtige rust, zowel fysiek als psychisch'zou de circulus viciosus kunnen doorbreken. Zo werd een wetenschappelijke onderbouwing gegeven voor de rustkuur, waarvan de duur niet werd bepaald door een dogmatisch systeem, maar door de vordering van het genezingsproces . Zeer belangrijk tot op de huidige dag, is het inzicht dat Bronkhorst gaf met zijn conceptie van de pathogenese van de tuberculose. Dat was in een tijd dat de leer van de immunulogie nog tal van hiaten vertoonde.De baanbrekende theorie werd gepubliceerd in de tijd dat het moeilijk begrijpbare systeem van Ranke in zwang was.                    

Het beeld van de pathogenese dat Bronkhorst ontwikkelde was daarentegen eenvoudig en helder van opzet en paste in de werkelijkheid van de kliniek. Het was een verademing na het moeilijke Duitse getheoretiseer. Van een nadere uitleg van Bronkhorst's inzichten betreffende deze materie acht ik mij voor Nederlandse longartsen ontslagen. Wie deze niet heeft leren kennen, moet onmiddelijk zijn inschrijving als longspecialist opgeven. 

Vele andere publikaties van onze groete voorganger heb ik niet genoemd.Het zou te ver voeren. Men kan zich verbazen over de grote werklust en vasthoudendheid, waarmee een man dit alles tot stand kon brengen en over de tijd die hij er voor over had. Veel tijd voor een gezin was er dan ook niet. Hij hield niet van gezelligheid en besteedde iedere avond enkele uren aan medische studie of aan het schrijven van artikelen en voordrachten.Daarna ging hij over op zijn hobby : literatuur betreffende cultuurhistorische onderwerpen.

Toen hij wegens ziekte geruime tijd zijn werk niet kon verrichten, schreef hij bij wijze van ontspanning een boek over Romaanse en Gothische beeldhouwkunst getiteld: 'Van Moissac tot Reims'. Het getuigt niet alleen van grote belezenheid op cultuurhistorisch gebied, maar ook van inzicht in tal van theologische vraagstukken.Denk niet dat Bronkhorst een onvriendelijke man was. Hij was vol zorg voor zijn patiënten en een geëerde en geliefde vader in zijn gezin.Hij was een mens van vlees en bloed en met emoties.Zoals ik al eerder duidelijk maakte was Bronkhorst een kritische rationele denker.

                                                                                                                                                                

  (foto 1941)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorie: Berg en Bosch